Waarom:”Dichter bij het Noordzeekanaal”.
De “Minerva”, zoals je hem hier ziet ligt in een zijarm van het Noordzeekanaal. Als je vroeger van Amsterdam kwam en je voer onder wijlen de Hembrug door nam je het eerste gat aan stuurboord.
Daar voer je zo`n 500 meter in.
Via de Haremakersluis kon je naar het Westzijderveld.
Maar ja de randstad rukt op je af.
De sluis werd gedempt.
Er boven verrees het hoofdkantoor
van de ongekroonde koning van Zaandam.
De Schiethaven, zoals het miniscule stukje dat er van overbleef heet,
is nog altijd een niet te versmaden stukje,land en water om te leven.
We liggen met ons schip in  het  nog steeds brakkige water
aan de voet van de Noorder IJ en Zeedijk.
De dijk die zich kronkelt door het landschap
van Schellingwoude tot Beverwijk. Buitendijks dus.
Slechts de Sluizen van IJmuiden scheiden ons van de Noordzee.


.t is stil

de Zaan is als een ader
schepen gaan voorbij
naar kusten
heind` en ver
de onrust komt al nader
zindert door mijn lijf
als ik schepen varen zie
is`t of ik achter blijf

O zou ik nimmermeer
de blauwe lucht aanschouwen
en nergens ooit nog weer
op  andere kust aanhouwen

`k zou wenen als een kind
ergens in de tijd
dat zich verwonderen deed
om de verloren heid
  Gesprekken in de kroeg. 
Ik kom meestal rond het middernachtelijk uur binnen.
De bemanning achter de bar is variabel. Verder nog wat onregelmatig  vervangend dekvolk. De bezoekers zijn van diverse pluimage. Je zou ze zo kunnen verplaatsen naar een willekeurige havenkroeg in Antwerpen.Er wordt overwegend Nederlands gesproken. Anders  kwamen Bremen , Emden, Marseille of welke andere plaats met een waterkant in aanmerking. Overwegend, zei ik. Russisch, Duits, Engels, Frans, Turks, Chinees.
plus menig daarvan afgeleid dialekt of taalvorm drijft er tussendoor .
Het etablissement is, zoals te verwachten, gelegen aan de {zoals hij officieel heet } Noorder IJ en Zeedijk .De dijk die van Durgerdam tot Beverwijk kronkelt,
diende ooit  als directe bescherming tegen de zee. Het stukje waar ik het over heb,
waar de kroeg (The Black Smit }dus aan ligt, heet Hogendijk.
De plaats Zaandam. Ik ben nog maar net binnen. 
Geniet van een jonge ijskoude Ketel 1. Raak aan de praat met Huib.
Hij heeft iets op zijn lever. Meestal praten we over schepen.
Over betimmeringen in stijl.  Over rompen. Van schepen. Hoe oud ben je nu ?  79 .
Je moet het allemaal eens opschrijven, zegt ie. Als je zo oud bent als jij.
Dan heb je zo het een en ander meegemaakt tussen vroeger en nu.
Zeg nou zelf. Er volgt nog een heel verhaal waarom hij dat vindt.
Dat heb ik al een keer gedaan Huib. Over de oorlog en zo.
In een oplage van 5 stuks. 228 pagina`s. Zelf getypt.
Zelf ingebonden. Voor mijn kleinkinderen schreef ik het.
En voor mijzelf natuurlijk.   Ik noemde het * Flarden *                       
                                                                                 

.Hoe wordt een mens dichter

Een vriend van mij zij eens:”
Een goede dichter
wordt voortdurend lichter”.

Daar zit iets in
Hoe ziet een dichter er uit?
Ik had er nog nooit een gezien.

Bloem !  Die zou je moeten kennen.
Maar die was al jaren dood.

Een andere vriend had een expositie.
Daar zou er een komen.

Van tussen de bezoekers  stapte
een sjofel geklede jongeman naar voren.

Het bleek de dichter te zijn.


Later op die dag in een donker rokerig lokaal,
kunstenaars onder elkaar,
werd mij gevraagd wat ik deed.

Toevallig was ik werkeloos
maar ja, ik begreep wel dat,  dat de vraag niet was.     

Gelukkig dook mijn vriend er tussen.

    “ Dirk”: zei hij, “Dirk is dichter”.

Vanaf dat moment was ik dichter

In een prachtig park in Pancevo is een  vijvertje. 
Centraal daarin het beeld van  * Is mij nog steeds onbekend*

Ik schreef,  terwijl ik  het onderging op die 8ste Juni 1989 voor Marie-Jose
   * op de 9de is ze  jarig

Welhaast als een godin
                                   aanbidt zij hier de zon
als een zeemeermin
                                 zichzelf overstromend
vanuit de bron
                          haar
                                      groenglanzende leden

vervreemden  de tijd   de plaats

Intervieuw  in de zonneschijn

`s morgens vroeg of `s avonds laat
waar of je ook henen gaat
waterland of havenstad
je ziet er schepen op hun pad

24 uur  het klokje rond
`t schijnt geen schipper die `ooit vond
kent hun werken dan geen end
zijn ze het rusten soms ontwend
is Hollands Glorie slechts op zee
telt de binnenvaart niet mee
op Europa`s vaste land
is van alles aan de hand
vaart een schipper voor zijn lol
tanken leeg of ruimen vol
vindt de walmens hem goed wijs
of slechts vreemd en heel apart
daarvan snapt deez`  nog geen kwart

eens  gelegen  aan de wal
komt er een die hem vragen zal
wat drijft jou altijd steeds maar voort
` t antwoord dat hij meestal hoort
is , wat moet ik dan gaan doen
zeg ik werk zo voor mijn poen
24 uur het klokje rond
meestal interreseert dat toch geen hond
maar nu jij mij dat zo vraagt
`k heb mijzelf nog nooit beklaagd

`t geen de walmens er van weet
lap dat gerust maar aan je reet
hij denkt slechts ` t is een festijn
altijd in de zonneschijn
want als het regent dat het giet
er is geen walmens die dat ziet

en wil je dan gaan varen dan  zegt je moeder ;   “ Nee,
jij moet nu eens bedaren
straks wil je nog naar zee
en op het binnenwater dat is maar armoe hoor”.

Toch gaat zo`n rare jongen   er vaak dan nog vandoor

Ondanks zijn lieve moeder   die dat al had verwacht

Verdwijnt opeens dat loeder   soms midden in de nacht

Storm op de Kaag ,

We haalden in die jaren zand uit  Noordwijkerhout.
Daar was een gekkengesticht. De Sint Bavo.
Tegenwoordig heet dat een psychia-trische inrichting.
Je kon  er wel lachen.

De gekken moesten het zand
in lorries scheppen.
Het was een soort mini spoortreintje.
Zonder locomotief.

Ze duwden de lorrie tot op de steiger.
Daar werden ze omgekiept in het ruim van ons schip.
Sommige werkten heel hard. Met van die grote scheppen.
Er waren ook slimmers bij. Die schepten met een riek.
Dat is meer een soort vork.
Daar blijft geen korrel zand op.

Op een stormachtige dag moesten we de Kagerplassen oversteken.

We lagen diep in het water. Geladen met 20 ton zand.
De achterop komende golven liepen harder dan wij.
We hadden toen geen zeilschip, maar een motorscheepje.

Toen we de Kaag bijna afwaren zaten we bot lagerwal.
Die achteropkomende golven overspoelden ons schip.
Ze liepen het laadruim in. Mijn broer Janus begon,
terwijl ik aan het roer stond,  als een razende het zand overboord te scheppen
Zodat we niet meer zo diep zouden liggen.
Ik dacht:"We zinken zo meteen".
Daar zag het ook wel naar uit.

Gelukkig kwam een grote ongeladen zeilklipper
ons van achter oplopen. Hij haalde snel in.

De schipper gooide ons een sleeplijn toe.
Janus ving hem op en gooide de lus om de voorbolder..
Dat redde ons .
We gingen meteen veel harder en bleven de golven voor.
Op de ringvaart gooiden we de reddende sleeplijn weer los.
Zwaaiden nog een keer naar die schipper
en haalden opgelucht adem.
Het was zoals ze dat noemen *kantje boord * !

storm op de Texelstroom
Ik zeg wel eens:
        ”Drie maanden zomer maken 9 maanden slecht weer goed”.
Ik bedoel. Je kunt in een jaar, altijd wel 3 x 30 dagen = 90 dagen ,
bij elkaar sprokkelen die werkelijk mooi zijn.
Die andere dagen neem je gewoon op de koop toe.

Toen ik na die oorlog, { ik was inmiddels 21 jaar } terug kwam
kon ik schipper worden op een Hamburger barkas.
Het was een schip van 180 ton dat gesleept moest worden.
Afin. Op een stormachtige dag vertrok ik van Den Helder
naar de haven van Oude Schild op Texel.
De matroos van de sleepboot die mij erheen moest trekken gaf ik 
de lus van een dikke staaldraad.  Buiten de haven gekomen,
vierde ik {buitengaats op de Texelstroom } de staaldraad uit
tot een lengte van 80 meter. Ik was alleen aan boord.
Dus moest ik vlug naar achteren om aan het roer van mijn inmiddels heftig
slingerend schip te gaan.  Halverwege op de Texelstroom varende
begon mijn sleepdraad te slippen. Ik ren naar het voorschip.
Om te voorkomen dat de tros los zou raken. Nadat ik de draad weer goed vastgezet had, wilde ik gehaast naar het roer. Door dat het schip zo slingerde raakte ik overboord. Daar lag ik dan in die woelige zee.
Om dat het niet alleen stormde maar ook nog goot van de regen had ik een zuidwester op. Een lange oliejas aan. En gummi laarsen.  Zwemmen gaat dan eigenlijk niet. Het is meer drijven wat je doet. Mijn benen wilden telkens omhoog vanwege de lucht in mijn laarsen.
Gelukkig bleef er in het rugstuk van mijn oliejas veel lucht zitten.
Zolang dat duurde bleef ik wel drijven.
De sleepbootkapitein  had gezien dat ik overboord sloeg. Hij maakte prompt de man over boord manouvre. Dat wil zeggen dat hij  in een omhalende beweging, met een hele grote bocht, naar mij terug vaart om mij te redden. Dat lukte niet helemaal.
Als bij toeval kwam het roer van mijn schip vlak aan mijn neus voorbij.
Ik klampte mij er aan vast en klom omhoog.
Als of er niets aan de hand was geweest vervolgden we onze weg.
Pas in de haven van het dorp Oude Schild
kon ik mijn natte kleren uit trekken. Ik gooide wat extra hout op de kachel  om mij zelf te verwarmen. Daarna dook ik in mijn kooi.
Avontuur ten einde !

.Nog even en het is weer nieuwjaar.

Een jaar voorbij
             alweer een jaar   
                               dat je mocht beleven

` k wens
          dat je geluk ervaart   
                             al is het soms maar even

een zonnestraal  en levensmoed
                          wie zou het kunnen missen

En hoe ` t
         dit jaar verder gaat
                             dat blijft toch altijd gissen

*Florijan * ? Fuontin ? *
Wil je een bouwdoos van het lichtschip TEXEL
klick de foto